Communicatie: neurogene stoornissen en gehoor
|
Om de communicatie vlot te laten verlopen is het belangrijk om een duidelijke boodschap te kunnen vormen, maar ook om een boodschap correct te kunnen verwerken en begrijpen. Dit is bij mensen met neurogene stoornissen en gehoorverlies vaak niet eenvoudig.
'Neurogene communicatiestoornissen' is een verzamelnaam voor mogelijke stoornissen die zich voordoen na een niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Meestal zijn ze het gevolg van een cerebrovasculair accident (CVA) of beroerte. Gehoorproblemen kunnen aangeboren of verworven zijn. Vaak kan een hoortoestel of cochleair implantaat hulp bieden, maar dit zorgt niet automatisch voor het beter begrijpen van een boodschap. |
Afasie | taalAfasie is een taalstoornis die kan optreden als gevolg van een CVA of beroerte. Het spraakcentrum in het brein is dan aangetast. Zowel het taalbegrip als de taalproductie kunnen gestoord zijn. De lokalisatie van het letsel bepaalt de ernst van de stoornis. Dit kan gaan van lichte woordvindingproblemen (anomie), tot een verstoorde taalproductie al dan niet in combinatie met een gestoord taalbegrip.
Dysfagie | slikkenWanneer men problemen ervaart met het doorslikken van eten, drinken, speeksel en medicijnen, spreekt men van een slikstoornis. Zowel de slikspieren als de gevoeligheid kunnen verstoord zijn. Hierdoor zal de patiënt zich vaker verslikken. Wanneer iemand met dysfagie zich verslikt, kan dit een longontsteking tot gevolg hebben. Dysfagie kan optreden na een CVA, een tumor, een trauma, een hersenstamletsel of als gevolg van neurodegeneratieve aandoeningen zoals de Ziekte van Parkinson, Huntington of Multiple Sclerose (MS).
|
Dysartrie | spraakDysartrie is een hoorbare spraakstoornis waarbij de spraakverstaanbaarheid van de patiënt in verschillende mate aangetast kan zijn. Het kan optreden na een CVA, een tumor, een trauma of als gevolg van neurodegeneratieve of neuromusculaire aandoeningen zoals de Ziekte van Parkinson of Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS).
Cognitieve moeilijkhedenAls gevolg van een hersenletsel kunnen er zich ook problemen voordoen op vlak van concentratie, aandacht en geheugen. Soms kan de patiënt een vertraagde informatieverwerking hebben, waardoor hij of zij enkele minuten later een antwoord geeft op een vraag. Het gesprek is ondertussen al verder geëvolueerd. Dit kan erg vervelend zijn voor de patiënt, maar ook voor de omgeving.
|
Facialisparese | AangezichtsverlammingDe zevende hersenzenuw, nervus facialis, zorgt ervoor dat onze aangezichtsspieren worden aangestuurd. Deze zenuw is dus verantwoordelijk voor onze gezichts- mimiek. Wanneer de zenuw is aangetast of afgeklemd wordt, worden onze aangezichtsspieren minder geactiveerd. Dit kan zich uiten in een aangezichts-verlamming. Er zijn twee soorten aangezichtsverlammingen:
Bij een centrale facialisparese is de oorzaak te vinden in de hersenen, in het centraal zenuwstelsel. Deze verlamming uit zich in een afhangende mondhoek aan één zijde van het aangezicht. Vaak neemt de spraak-verstaanbaarheid hierdoor ook af. Bij een perifere facialisparese is de oorzaak te vinden in het perifeer zenuwstelsel, buiten de hersenen. Deze verlamming uit zich in een afhangende mondhoek én ooglid aan de aangedane zijde. De behandeling van de perifere facialisparese vereist een specifieke aanpak. Een logopedist-mimetherapeut volgde een gespecialiseerde opleiding om deze patiënten te begeleiden. |
Hoortraining
Aangeboren gehoorverlies heeft invloed op de spraak- en taalontwikkeling van het kind. Wanneer er sprake is van gehoorverlies krijgt het kind vaak hoortoestellen of een cochleair implantaat. Ook bij een verworven gehoorverlies op latere leeftijd kunnen deze toestellen hulp bieden.
Alleen het dragen van deze hulpmiddelen zorgt er nog niet meteen voor dat spraak beter verstaan wordt. Geluiden via een cochleair implantaat klinken helemaal anders dan we gewoon zijn. Het gehoor moet daarom ‘getraind’ worden. Zowel bij kinderen als bij volwassenen gaan we binnen hoortraining aan de slag met oefeningen op verschillende niveaus en in verschillende omstandigheden.
Alleen het dragen van deze hulpmiddelen zorgt er nog niet meteen voor dat spraak beter verstaan wordt. Geluiden via een cochleair implantaat klinken helemaal anders dan we gewoon zijn. Het gehoor moet daarom ‘getraind’ worden. Zowel bij kinderen als bij volwassenen gaan we binnen hoortraining aan de slag met oefeningen op verschillende niveaus en in verschillende omstandigheden.
Spraak: articulatie, stem en stotteren
|
Spreken is een complex proces waarbij ademhaling de motor is voor het stemgeluid en nauwkeurig gecoördineerde spierbewegingen ervoor zorgen dat een goed verstaanbare boodschap geformuleerd wordt. De werking van de stemplooien, de kaak, het gehemelte, de tong en de lippen moet hiervoor optimaal op elkaar afgestemd zijn. Bovendien is de spraak ook niet los te zien van onze cognities die soms een positieve invloed kunnen hebben op het spreken, maar soms ook niet helpend zijn.
Wanneer er op niveau van cognities, planning en/of motorische uitvoering van de spraakbewegingen iets misloopt, wordt het moeilijker om een boodschap over te brengen. Hier kunnen een onduidelijke articulatie, stemproblemen of stotteren het gevolg van zijn. Los van het spreken kunnen onvoldoende controle over of kracht in de orale musculatuur leiden tot oro-myofunctionele problemen. |
ArticulatieproblemenEen fonetische spraakklankstoornis doet zich voor wanneer bepaalde klanken op een foutieve manier gevormd worden. Een voorbeeld hiervan is het "lispelen". Soms worden de moeilijke spraakklanken ook vervangen door een andere klank of net volledig weggelaten.
Er bestaan ook fonologische spraakklankstoornissen. Het probleem situeert zich dan niet op het niveau van de productie van de klanken, maar op het niveau van de betekenistoekenning. Het fonologische onderscheid tussen verschillende klanken wordt hierbij niet gemaakt. Kinderen gaan dan een eigen systeem ontwikkelen waarbij ze een vast patroon van vereenvoudigingsprocessen toepassen. Tot slot is het ook voor beroepssprekers belangrijk om correct te leren articuleren. Dit om de verstaanbaarheid te optimaliseren en om een goede spanningsverdeling te creëren tussen de stemgeving en de articulatie. |
StemproblemenStemproblemen kunnen functioneel en organische van aard zijn. Een functioneel probleem wordt veroorzaakt door foutief stemgebruik en een organisch probleem door een letsel, zoals "knobbeltjes". Vaak is het echter moeilijk te bepalen of er eerst een letsel was of eerst foutief stemgebruik en houden beide elkaar in stand. In de therapie willen we de stemgeving opnieuw zo comfortabel mogelijk maken.
Stemtherapie kan ook opgestart worden voor aangeboren stemletsels (al dan niet voor of na chirurgische ingreep), stemplooiparalyses of - verlammingen en het opnieuw leren spreken na laryngectomie. Tot slot kunnen ook professionele stemgebruikers hun stemgebruik met logopedie optimaliseren. Wanneer er meer eisen gesteld worden aan de stem, dient de belastbaarheid immers toe te nemen om overbelasting tegen te gaan. |
StotterenStotteren ontstaat meestal op kleuterleeftijd. Kenmerken zijn het herhalen van klanken of (delen van) woorden (vb: i-i-ik), het verlengen van klanken (vb: mmmama) en het vastzitten voor een klank (blokkades, vb: …papa).
Naast deze zichtbare kenmerken, kan stotteren ook een sociale en emotionele impact hebben. Daarom is het belangrijk om niet zomaar af te wachten! Met tijdige adviezen en, indien nodig, behandeling is de kans op herstel groter. Ouders worden steeds heel nauw betrokken in deze therapie. We kunnen echter nooit met zekerheid de resultaten van therapie op jonge leeftijd voorspellen. Soms blijft het stotteren dan ook onderdeel van de persoon. Ook op latere leeftijd kan stotteren een impact hebben (vb: emotioneel). Een logopedist kan helpen, indien men dit wenst. De doelen voor volwassen personen die stotteren zijn zeer persoonlijk en moeten daarom goed afgestemd worden aan het begin van de therapie. |
Oro-myofunctionele problemen
Oro-myofunctionele afwijkingen betreffen functionele afwijkingen van de tong, de lippen en/of de kaak. Een foutief gebruik of een foutieve positie van deze structuren kunnen de tand- en kaakstand beïnvloeden. Ook orale gewoonten zoals duimzuigen, nagelbijten en tandknarsen vallen onder oro-myofunctionele problemen. Vaak worden deze problemen opgelost door de combinatie van logopedische therapie en orthodontie. Een foutieve positie van de tong, lippen of kaak tijdens het spreken kan ook de articulatie beïnvloeden.
Leerproblemen
|
Leerproblemen worden gekenmerkt door een achterstand op vlak van lezen, spelling en/of rekenen ten opzichte van klasgenootjes. Wanneer extra begeleiding op school en in de logopedie weinig of geen evolutie oplevert, kunnen we spreken van een hardnekkig leerprobleem. Wanneer de achterstand groot genoeg is (dit wordt vastgesteld op basis van verschillende tests) en er 'hardnekkigheid' optreedt, kan een diagnose van dyslexie, dysorthografie en/of dyscalculie gesteld worden. Vaak komen leerproblemen op de verschillende domeinen samen voor.
|
Lezen | DyslexieKinderen met leesproblemen hebben moeite met het automatiseren van de teken-klankkoppeling. Dit wil zeggen dat ze het moeilijk vinden om een geschreven letter om te zetten in een klank. Het lezen zal traag en/of met veel fouten gaan. Kinderen met leesproblemen hanteren vaak een spellende of radende leestechniek. Ze gaan letter per letter lezen om deze nadien samen te voegen tot een woord (wat zorgt voor een traag leestempo) of ze gaan net raden wat er staat (dit doet het tempo stijgen maar er zullen veel fouten gelezen worden). Bovendien is het leesbegrip vaak ook beperkt bij kinderen met leesproblemen. Hierdoor gaan ze minder plezier beleven aan het lezen.
|
Spelling | DysorthografieKinderen met spellingsproblemen hebben moeite met het automatiseren van de klank-tekenkoppeling en de spellingsregels. Ze vinden het moeilijk om spraakklanken om te zetten in letters, zeker wanneer er vaste tekencombinaties bij komen, zoals /eeuw/ en /ieuw/. Ook de spellingsregels worden moeilijk onthouden, dit valt voornamelijk op wanneer de regels gecombineerd moeten worden. Hierdoor maken deze kinderen veel spellingsfouten. Vaak hebben ze ook een beperkt fonologisch bewustzijn; ze vinden het moeilijk om bepaalde klanken van elkaar te onderscheiden en hebben weinig inzicht in woord- en zinsstructuren. Hierdoor vormt schrijven een groot probleem voor hen.
|
Rekenen | DyscalculieTherapie in functie van dyscalculie of rekenproblemen wordt niet langer aangeboden in de praktijk.
|